De staking trof het trein- en luchtverkeer naar Calcutta en Mumbai. Aan de stakingsoproep werd het meest gehoor gegeven in deelstaten die geregeerd worden door de communistische of de hindoe-nationalistische oppositie. Hier en daar werden schermutselingen gemeld tussen demonstranten en de politie, maar nergens kwam het tot grote ongeregeldheden.
Ondanks de protesten houdt de regering vast aan de verhoging van de brandstofprijzen met 6,7 procent. Die moet de verliezen van de staatsoliemaatschappijen en het financieringstekort van de overheid verkleinen. De brandstoffen worden nog altijd onder de kostprijs verkocht, waardoor de overheid er financieel op moet toeleggen.





